Geloofsbelijdenis
Deze geloofsbelijdenis is bedoeld als basis voor de gemeente. De opsomming van fundamentele waarden die wij in deze geloofsbelijdenis noemen, hebben niet hetzelfde gezag als de Bijbel. Dit is slechts een opsomming van de belangrijkste waarden van het christelijk geloof en een verwijzing naar de Bijbel als richtlijn voor onze gemeente.


Het kennen van God
God maakt zich bekend in de schepping, in de geschiedenis van Zijn volk Israël, door de profeten en in Zijn Zoon Jezus Christus. God maakt Zich bekend als de Enige en Unieke God, Schepper van hemel en aarde, Verlosser van Zijn volk. Er is geen andere God buiten Hem. Hij is één, altijd Dezelfde, trouw aan Zijn beloften en verbonden. Daarin maakt God zich bekend als Vader, Zoon en Geest, kortom: als Drie-enig God. Zo spreekt God over Zichzelf in de Bijbel.

De Bijbel
God openbaart zichzelf in de Bijbel, de 66 boeken van het Oude Testament en Nieuwe Testament die samen een eenheid vormen. De auteurs zijn door de heilige Geest gedreven en lieten een geïnspireerde Bijbel na. De Bijbel is te vertrouwen. God is zoals Hij daarin zegt te zijn. Hij komt Zijn beloften na. Gods spreken is soms anders dan wat wij willen horen en de zonde kan ons in de weg staan om Gods stem duidelijk te verstaan.

De Zonde
Vanaf de historische val in zonde van Adam en Eva, is de zonde niet meer weg te denken uit onze wereld. Elk mens wordt van nature in zonde, als zondaar, geboren. Zonde brengt scheiding met God en plaatst ieder onder het komende oordeel. Uit zichzelf is geen mens in staat onder de macht van de zonde uit te komen. Alleen Goddelijke genade en liefde kan de mens een hand toesteken en hem daaruit bevrijden. God bewijst Zijn liefde doordat Hij die toegestoken hand schonk in Zijn Zoon Jezus.

Jezus Christus
God de Vader zond Zijn Zoon Jezus, de Christus, naar de aarde als mens, om een Verlosser van mensen te kunnen zijn. De Verlosser kon niet zomaar ieder mens zijn. Hij moest ook God zelf zijn, omdat alleen een zondeloos mens de zonde van de wereld kon wegnemen. Jezus is zowel God als mens: Hij was volkomen mens én volkomen God, zonder zonde en toch menselijk. Hij kwam vanuit de hemel als eeuwige Zoon van God, naar de aarde als kind in Bethlehem. Gods Geest maakte dat de maagd Maria zwanger werd en Jezus baarde. Hij is de Messias van Israël. Jezus was niet gekomen om Gods Koninkrijk al op aarde te stichten, maar om eerst aan het kruis te sterven voor de zonden van de mensen. Na Zijn kruisdood is Jezus opgestaan en opgevaren naar de hemel, waar Hij nu troont aan Gods rechterhand en hoofd is van Zijn gemeente. Van daaruit leidt Hij de Zijnen, geeft Hij Zijn Geest en zal Hij alles voltooien wat Hij heeft beloofd. Gods volk en de schepping staan daarmee onder een belofte van vernieuwing. Wanneer Jezus terugkomt op aarde, brengt Zijn aanwezigheid die vernieuwing met zich mee. Wie Jezus is, wat Hij gedaan heeft en wat Hij nog zal doen, staat in het teken van het verlossingswerk.

Het Verlossingswerk
Jezus’ dood aan het kruis was niet een gewone marteldood. Omdat Jezus zonder zonde was betaalde Hij met Zijn dood een prijs die Hij voor Zichzelf niet hoefde te betalen. Hij betaalde die prijs voor alle mensen. God stelde een geweldige daad van genade. Hij kocht ons als het ware vrij van de slavernij. Wie zijn of haar vertrouwen stelt in Jezus en Hem als Redder aanneemt, wordt opnieuw geboren, als kind van God. Dit noemt de Bijbel de wedergeboorte door de heilige Geest.

De heilige Geest
De heilige Geest is de derde persoon van de Drie-eenheid. In de Bijbel wordt Hij de Trooster – of pleitbezorger – genoemd. De Geest vult een kind van God met Gods liefde en doet hem Gods nabijheid ervaren. De Geest bevestigt dat je Gods kind bent en geeft richting aan het leven door Gods waarheid te openbaren. De Geest woont in een christen vanaf zijn bekering en verlangt ernaar hem ook steeds meer te vervullen met zijn kracht.

De gemeente
Door de wedergeboorte voegt de heilige Geest kinderen van God toe aan de gemeente, het huisgezin van de levende God. De gemeente is dus geen vereniging of menselijke organisatie, maar een creatie van God zelf, ook wel het lichaam van Christus genoemd. De gemeente en haar leden zijn niet volmaakt, maar streven ernaar om Jezus in alles na te volgen. Iedere christen heeft in de gemeente een plaats gekregen en ontvangt gaven van de heilige Geest om in liefde mee te bouwen aan een geestelijk huis. De gemeente is een plaats van troost en warmte, veiligheid en zorg. De gemeente is de plaats waar gelovigen in het zicht van God en elkaar leren leven als discipelen van Jezus.

Het discipelschap
Jezus heeft kort voor Zijn hemelvaart de apostelen opgedragen alle volken, dus alle mensen, tot Zijn discipelen te maken. Een discipel is een leerling, iemand die Jezus volgen wil. Jezus volgen betekent in vrijheid en dankbaarheid in Zijn voetstappen gaan, je kruis leren dragen en leren te leven zoals hij het van ons vraagt. Het leven wordt opnieuw, nu volgens Zijn Woord, ingericht. In alles wil hij God zoeken en Zijn wil doen. Discipelen zijn in de eerste plaats mannen en vrouwen van gebed.

Het gebed
Het gebed is één van de eerste vruchten die Jezus door Zijn Geest aan ons als discipelen in de gemeente geeft. Gebed is een uiting van verlangen om God te zoeken, te ontmoeten, te spreken en Hem te aanbidden. Zowel in het verborgene als samen in de gemeente wil God aanbeden en verheerlijkt worden. Deze intimiteit met God is een buitengewoon opbouwende en veranderende kracht. Eén van de eerste stappen in discipelschap is het gebed om een goed geweten tot God, namelijk de doop.

De doop
De doop is een gebed om een goed geweten tot God, zegt de apostel Petrus. In de doop bidt iemand dus bewust tot God en zoekt hij Zijn aangezicht. Het goede geweten heeft hij ontvangen op grond van de vergeving in Jezus’ verlossingswerk aan het kruis. De onderdompeling wordt vergeleken met het begraven worden in een graf. Het boven komen uit het water staat voor de opstanding van Jezus uit de dood. De dopeling getuigt met zijn doop van het sterven en opstaan van Jezus en hij belijdt dat Jezus’ dood ook zijn dood was en Jezus’ opstanding zijn opstanding. De wedergeboorte en de doop vallen samen en zijn niet van elkaar te scheiden. De doop is daarmee een eerste stap op weg naar discipelschap en volgt op de persoonlijke beslissing om achter Jezus aan te gaan. Er is zegen verbonden aan de doop. Net als de doop is ook het avondmaal een instelling van Jezus zelf.

Het avondmaal
Het brood en de beker verwijzen naar het lijden en sterven van Jezus. Het avondmaal is een gedachtenismaal: we kijken terug op het kruis. Wij mogen leven door Zijn dood, Zijn vergeving en genezing hebben we broodnodig. Het avondmaal is het teken van het nieuwe verbond van God met de mensen. Tijdens het avondmaal zien we ook uit naar de wederkomst van Jezus. Om onze verwachting levend te houden, hebben we een regelmatige viering van het avondmaal nodig.

De hoop
Jezus heeft Zijn gemeente niet zonder hoop achtergelaten. De hoop die God ons geeft stelt ons leven in een totaal nieuw daglicht. We kunnen dankbaar blijven onder alle omstandigheden. Het lijden van deze wereld weegt namelijk niet op tegen de heerlijkheid die komen gaat. Jezus komt persoonlijk en zichtbaar terug en het toneel van de aarde zal dan volledig veranderen. Het verlangen naar een ontmoeting met Hem en een genezen schepping zijn kostbare geschenken. Jezus komt als Koning en zal heersen tot in eeuwigheid. Hij komt als Rechter over de levenden en de doden. Zij die bij Jezus horen, zullen voor eeuwig bij Hem zijn. Hoewel Gods kinderen niet onder het komende oordeel van God vallen, worden zij wel naar hun werken beoordeeld. God ziet niet uit naar dit oordeel, maar Hij is geduldig en verlangt ernaar dat iedereen zich bekeert en behouden wordt. God zal Zich ook wenden tot Zijn volk Israël. Gods verbond met de Joden blijft van kracht – ook zij zijn nog steeds voorwerp van Zijn liefde en zorg. Nooit is de gemeente door God in de plaats gekomen van het Joodse volk. Israël was, is en blijft Gods bondsvolk tot het einde van de wereld.